Vanmiddag zat ik met een dakloze jongen bij een zorgorganisatie. Na weken leuren hadden ze hier misschien plek voor hem.
"Maar je krijgt het niet cadeau", zegt de hulpverlener. "Eerst een inkomen. Eerst een baan."
"Ja maar", zegt de jongen.
"Ja maar", zeg ik.
Maar de zorgverlener is heel stellig. "Er is werk zat", zegt hij. "McDonalds, magazijnwerk, spoelkeukens. Het zit nu even tegen, maar dat blijft niet zo. Dat bepaal je zelf. Gewoon je schouders eronder, man. Niks mis mee".
Ik werk al jaren in de hulpverlening en zo streng als ik voor mezelf ben, ben ik niet voor mijn klantjes. Ik zie hun zwakheden, hun beperkingen, en stem daar mijn begeleiding op af. En mijn collega's doen dit ook zo. Maar de laatste tijd vraag ik me steeds vaker af of we met zijn allen wel zo goed bezig zijn. Zijn we niet veel te zacht geworden? In mijn jonge jaren bestonden er geen diagnoses als AD(H)D of ASS (en voor diegenen die deze afkortingen niet kennen, waar was je de laatste jaren?) en dus was er ook geen zorg op afgestemd. Toch hebben veel van deze mensen het gewoon gered. Ik weet dat, omdat ik er zo een paar in mijn omgeving kan aanwijzen die vandaag de dag een stempeltje hadden gekregen. Ze zijn gaan werken, met vallen en opstaan, omdat het van hen werd verwacht, ze hebben zich sociale basisvaardigheden aangeleerd, door nadoen en herhalen, omdat het van hen werd verwacht. Termen als overprikkeld en overvraagd hoorde je niet, je was hooguit oververmoeid. Nu zijn er hele organisaties die zich speciaal bezighouden met het begeleiden/coachen van mensen die neurodivergent zijn (als je brein prikkels op een andere manier verwerkt dan neurotypische mensen) en zijn er speciale les- en coachingsprogramma's voor HSP-ers (hoogsensitieve personen) en HB-ers (hoogbegaafden). En door de alsmaar toenemende vraag, schieten ze als paddenstoelen uit de grond. En nooit eerder zaten er zoveel jongeren en jongvolwassenen thuis. Waar bleven deze mensen vroeger? Wie waren zij?
Binnenvetters, noemden we ze. Buitenbeentjes. Nerds. Verlegen. Sociaal onhandig. Eenlingen. Stille wateren of stuiterballetjes. Of, in t geval van de hoogbegaafden: VWO-ers. Niks mis mee.
"Je moet het verdienen", zegt de zorgverlener tegen de jongen. "Ik kan alles naar je toe brengen, hier is je koffie, hier je lepel, de suiker, de melk, maar daar schiet je niks mee op. Je moet het zelf willen en zelf doen. Zorg voor je eigen koffie. Dan krijg je een mooi leven, man." Het klinkt radicaal en even zie ik onbegrip, overprikkeling, overvraging, etcetera, van die typische hedendaagse mitsen en maren, en ik denk: die haakt af, nu ben je hem kwijt. Maar dan lichten zijn ogen op. Geen betutteling, geen fluwelen handschoenen, hij wordt serieus genomen en op zijn manzijn aangesproken (ook al zoiets ouderwets)! Zie ik daar een glimp van begeestering en motivatie? Gaat dit lukken? Wordt dit een match?
Of het in de praktijk ook goed gaat komen, ik weet het niet, misschien heeft hij dit nodig, misschien niet. Maar als de schop onder zijn kont niet werkt, dan staat er ongetwijfeld een heel team hulpverleners klaar om hem op te vangen. Ook niks mis mee.